Verhalen Over Het Leven Binnen En Werken Binnen De Psychiatrie

Verhalen over het leven binnen en werken in de psychiatrie.

Meneer A (is nooit Jan Piet of Klaas geworden. Waardoor wordt zoiets bepaald?), uitdrukkingloze lege blik, wandelde dag in dag uit met zijn handen op zijn rug heen en weer over het gangpad tussen de bedden. Zoals een tikkende klok pas opvalt als hij stilstaat zag ik hem stilstaan halverwege de gang en opzij kijken.

Daar was een verward mannetje aan het passen en meten met een stoel die hij op een bed gelegd had. Na het een poosje aangekeken te hebben schudde hij zijn wijze hoofd en liep naar het bed. Ik was zeer benieuwd wat er zou komen.

Hij pakte de stoel vast en terwijl ik hem “dat hoort toch zo!!” hoorde zeggen. Hij probeerde de stoel overeind te zetten, op het bed! Het tegenstribbelende mannetje voorkwam dat en hij hervatte zijn wandeling, nog even hoofdschuddend maar daarna weer onverstoorbaar alsof het nooit gebeurd was.

 

Rinus onze brompot

Rinus (Korsakov), kleine magere man met een prachtig koppie, leek nog het meest op een geschrokken rat die een beetje scheel kijkt (sorry maar ik kan hem niet mooier maken!). Hij liep altijd met onzekere pasjes, overal steunzoekend alsof ie permanent dronken was . Veel vertrouwen in de mensheid had hij niet en had blijkbaar besloten dat de aanval de beste verdediging is.

Ik, vriendelijk,”Rinus”. “Ja wat mot je!” Nou dat viel mee deze keer want zijn reactie had ook “nee!!!” kunnen zijn ook al wist hij helemaal niet waar het om ging . “Ga mee naar de toneelzaal, gezellig!”.”Nee, ik gaat nergens heen!! Ik ben hier voor me rust!!”.

Meestal namen we hem onder protest toch maar mee en vond hij het best wel gezellig, dat kon je zien. Gezeur en dat is noga gauw volgens hem houdt ie niet van reageert dan met ‘ouwe hoeren ken ik zelf wel! Ja paradijsvogels zijn de krenten in de pap!

 

Cor en Cor

Het syndroom van Korsakov. Je kunt het opzoeken en krijgt een mooie omschrijving maar een praktijkbeschrijving werkt beter . Stel ik zit tegenover Cor en we krijgen ruzie (niet zo moeilijk in Cor’s geval). Over en weer schelden en dreigen. Ik sta op en loop om de tafel achter Cor langs weer naar m’n stoel.

“Wat is er Cor, had je ruzie”. “Ja die klootzak enz. enz. “. “Met wie”. Cor kijkt rond en ziet hem niet. Als ik een halve minuut weg ga en dan vraag “Had jij net ruzie” kijkt ie me aan met een blik van “hoe kom je daar nou bij!”. Onvoorstelbaar
toch!

Markante figuren. Neem Cor, een breedgeschouderde Rotterdamse havenarbeider die zonder voorafgaande waarschuwing uit kon halen. Heb hem letterlijk steeds kleiner zien worden. Vanwege diabetes is er verschillende malen geamputeerd totdat hij nog maar twee stompjes overhield.

Hij werd daardoor afhankelijk en dat was eigenlijk niks voor hem, ook niet voor ons trouwens want je moest hem regelmatig tillen en helpen, oh whee als je een foutje maakte! Ik heb ook wel eens een stapje opzij moeten doen om zijn vuist te ontwijken maar wij voelden elkaar wel aan en hij had ook wel respect voor mij.

Bescheidenheid was hem vreemd. Vertelde mij met een stalen gezicht “Ik heb 100 miljard koeien op de maan lopen “. Een andere keer nadat ik hem geholpen had “Ik heb 10 miljard gulden op je bankrekening gestort hoor”.”Bedankt Cor, dan stop ik gelijk met werken”. “Nee joh, je moet wel bij me blijven werken hoor!!”. Ja, die Cor!

 

Column: Frans Broekhof

Oud medewerker van de voormalige Bavo psychiatrie in Noordwijkerhout. Frans schrijft over zijn tijd dat hij daar werkte en deelt ook geregeld zijn hersenspinsels over wat hem bezighoudt.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *