Ik Ben Ook Maar Gewoon Een Moeder

Afgelopen weekend stond in het teken van woedeaanvallen, dwarsigheid en het vooral overal nee opzeggen. Mijn lieve bijzondere ventje, je was duidelijk niet in je hum. Waar je normaal gesproken best kan delen, schreeuwde je moord en brand wanneer je vriendinnetje even met je Paw Patrol emmertje wilde spelen. Zelfs buiten spelen hielp vandaag niet om je prikkels te verwerken en te reguleren.

Als moeder en professional.

Als kindercoach weet ik dat er iets achter dit gedrag moet zitten, want kinderen gedragen zich niet “vervelend” om jou te pesten, maar omdat ze iets dwars zit. Alle pedagogisch verantwoorde middelen en trucjes heb ik uit de kast gehaald dit weekend. Soms met succes, maar vaak ook zonder succes. Waar ik zaterdag overdag nog een geduldige moeder was, betrapte ik me er zaterdagavond na 3 uur gezeur en gehuil omdat bang was in je eigen bed, dat ik mijn geduld toch wel ernstig op was. Ik was niet zo aardig meer en zei je dat je moest stoppen met zeuren, en gewoon eens moest gaan slapen. God wat verlangde ik naar rust! Uiteraard voelde je mijn chagrijn, want ik weet dat je alle stemmingen om je heen feilloos aanvoelt. Dit resulteerde in nog harder gehuil.

Veilig bij mij.

Tegen alle regels in legde ik je in mijn bed. Alleen daar voel je je veilig. Onder mama’s dekens kom je tot rust en kan je je genoeg ontspannen om samen met je knuffel in slaap te vallen. Je slaakt een zucht van verlichting.

Wat is dat toch dat ik zo heftig op jou reageer, en jij ook weer op mij?

Ik zit op de bank, maar alles doet me zeer. Ik probeer me te gaan ontspannen en ik maak een tekening in mijn bullet-journal. Iets dat ik gekocht heb om mijn warrige hoofd te helpen en de boel wat meer in te plannen. Een ramp voor mij maar zo nodig voor jou. Uiteindelijk geef ik het op. Ik loop een laatste rondje met de hond en ik maak me klaar om te gaan slapen. Daar lig je, zo onschuldig, dwars over mijn bed. Ik kan het niet over mijn hart verkrijgen je te verplaatsen, en ik kruip in het hoekje en ik kan nog net een puntje deken over me heen trekken. Je kruipt gelijk tegen me aan. Eindelijk lig je veilig bij mama. Ik geniet van het warme lijfje tegen me aan en ik val ondanks dat ik in de kreukels lig in slaap.

Te moe.

De volgende ochtend zouden we vroeg opstaan om mee te kunnen gaan naar een bijeenkomst. Een half uur voordat we bij onze kennissen paraat had moeten staan schrik ik wakker. Ik kijk naast me waar ik jouw prachtige blonde bolletje naast me zie liggen. Nog in diepe ruste. Ik besluit de afspraak af te zeggen. Dat gaan we toch niet meer redden. Even steekt mijn schuldgevoel de kop op. Dat stemmetje dat zegt: “Je moet er alles aan doen om je aan je afspraken te houden”. “Afbellen kan echt niet”, hoor ik in mijn hoofd.Ik vertel mijn stemmetjes dat ze de pot op kunnen. Ik mag nee zeggen en ik mag van gedachten veranderen. Met een trots gevoel dat ik mijn stemmetjes steeds vaker overwin draai ik me nog even om en val ik weer in slaap.

Er toch even op uit.

Wanneer je honger hebt ga ik eruit om ontbijt te maken. Jij vraagt of je nog in mijn bed mag blijven. Ach ja, waarom ook niet. Rust jij maar lekker uit. Je zal het nodig hebben. Wanneer je eruit komt lijkt het alsof je weer beter in je velletje zit. Ik vraag of je zin hebt om naar Avonturia te gaan. Daar heb je wel zin in, maar dan wil je wel op je eigen fiets.  Bij je fiets aangekomen komen we erachter dat iemand anders graag je slot heeft willen open maken en dat je sleutel er niet meer in gaat. ‘Sorry lieverd, mama krijgt je slot echt niet open. Je zal bij mij achterop de fiets moeten’. Verslagen klim je bij me op de fiets. Gelukkig weet ik je onderweg te laten lachen doordat mijn jurk omhoog waait en ik bijna in mijn onderbroek op de fiets zit.

Vreselijk druk.

Bij Avonturia is het vreselijk druk. Ik was even vergeten dat er goodie bags werden uitgedeeld i.v.m. het feit dat het bijna dierendag is. Lekker slim van mij. Maar ja, we zijn er nu toch dus we maken er het beste van. Dan komt het eerste moment dat ik nee moet zeggen, en ik zie weer wat terug van de vurigheid van de dag ervoor. We lopen langs de dieren en we gaan wat drinken in het restaurant. Wanneer we zitten begin je erover dat er te veel herrie is. Shit, ik heb geen oordoppen of je koptelefoon meegenomen. Als dat maar goed gaat. Wonder boven wonder hou je je goed en komen we Avonturia zonder kleerscheuren door.

Warhoofd.

Eenmaal thuis kom ik erachter dat ik geen vuilniszakken meer heb. Nee he, uit ervaring weet ik dat dit een recept is voor een boze bui. Je vraagt me of je misschien bij de buurkindjes mag spelen terwijl ik ga. Van mij mag het maar we moeten even vragen of het wel kan. Je rent er vol enthousiasme naartoe en belt aan. Je vraagt uitgelaten of je mag komen spelen. En dan komt hij, de genade klap. Het kan niet. Ze gaan zo weg. Ik zie je lip trillen en ik probeer je te verleiden met iets dat je graag wil.

Het mag niet meer baten, na alles wat je vandaag al gedaan hebt. Mijn hart breekt als ik je in zie storten. Daar midden op de stoep.

Ontroostbaar.

Je lijkt ontroostbaar. En je wil niet met me mee. Dat snap ik eigenlijk best hoor, maar het kan soms niet anders. Je klimt bij me op schoot op de trap in ons portiek en ik probeer je te troosten. Daar herinner ik herinner me wat uit mijn pas gevolgde cursus om sociale vaardigheidstrainer te worden. Ik vertel je dat ik begrijp dat je het niet leuk vindt om nee te horen, maar dat dit niet tegen jou als persoon gericht is. Het is niet dat ze niet met jou willen spelen. Ze kunnen nu alleen even niet. Het komt helaas niet niet meer binnen. Uiteindelijk krijg ik je achter op de fiets en je klinkt als een sirene van de ambulance.

Eenmaal bij de winkels weiger je van de fiets af te komen. Gelukkig ben je gevoelig voor het kunnen helpen van mij en voor wedstrijdjes. Ik laat jou de supermarkt kiezen (er zijn er 2 in het winkelcentrum), en we gaan proberen het record het snelst door de winkel heen te halen. Je stort je op je opdracht en in recordtempo staan we weer buiten. Daar zie je de kennis waar we ’s ochtends mee hadden afgesproken en je spurt op hem af. Je stoeit even lekker met hem en we fietsen met zijn drieën naar huis. Dat deed je goed. Pff gelukkig!

De koek is op.

Toch is de koek wel echt op en je zegt me dat je je een beetje ziek voelt. Ondertussen weet ik dat dit het gevolg is van alle overprikkeling. Je vraagt of ik de deken wil pakken die zo lekker prikt en we maken een bedje op de bank ermee. Ik ben ondertussen ook aan het eind van mijn latijn en ik maak iets makkelijks te eten wat we lekker op de bank opeten.

Dan is het weer bedtijd. Je wil niet, want je bent bang dat er inbrekers komen. Een angst die vaak terugkomt, en welke ik wat ik ook probeer niet weg kan nemen. Gelukkig val je toch redelijk snel in slaap, omdat je onder de deken mag liggen die zo lekker prikt.

Zelfreflectie.

Ik ruim wat op en ga even zitten. Ik denk na over hoe het weekend is verlopen. Als kindercoach spreek ik mezelf over een aantal dingen streng toe. Rust, regelmaat, reinheid en voorspelbaarheid zijn de kernbegrippen die belangrijk zijn voor mijn ventje. Dingen die voor mij met mijn warhoofd soms zo moeilijk zijn om hem te bieden.

En dan bedenk ik bij mijzelf, ‘ik ben ook maar gewoon een moeder, net als al die andere moeders. De moeders die ik vertel dat ze niet perfect zijn, en dat dat ook niet hoeft. Dat er geen fouten zijn, alleen leermomenten’. Ik ga eindelijk zitten op de bank, en ontspan me. Morgen weer een nieuwe dag.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *