een eenvoudig ritje leidt tot blijvend letsel-ongeluk met kind-zensitivity-column persoonlijk verhaal

Het was 1997 … Met onze witte Mazda 323F reed ik, met mijn oudste zoon van toen 3 jaar in het autostoeltje achterin, over de A1 van het AMC naar huis. In de beginnende spits reed ik bij Baarn een file met langzaam rijdend verkeer in en mopperde een beetje over teveel auto’s en te weinig rijstroken.

Met een gangetje van circa 30 km per uur besloot ik me niet te druk te maken, omdat het verkeer daar niet sneller van door zou stromen. Onze zoon was een makkelijk kind, enige vertraging zou weinig tot geen invloed hebben op zijn humeur. Al kletsend kregen we opeens een flinke klap van achteren te verduren. In blinde paniek heb ik mijn deur open gegooid, ben naar de andere kant van de auto gerend, heb het achterportier snel geopend en kon constateren dat met onze zoon alles goed was. Gelukkig ! 

Ongeluk

Pas toen keek ik om me heen: ik stond op de meest linker rijstrook en achter me stond een BMW uit de 3 serie met een dame achter het stuur die flink beduusd keek. Ze zou later verklaren dat ze maar heel even de andere kant op had gekeken en voor ze het wist onze auto geraakt had. Het was aan onze demontabele trekhaak te danken dat onze auto niet total loss was. Ik kon na de formaliteiten mijn weg vervolgen naar huis, alles leek verder oké. Dat deze aanrijding een staartje zou krijgen wist ik toen nog niet.

De dagen erna had ik wat last van nek, hoofd en schouder, maar dat weet ik aan de impact van de gordel. Ik zat nog in het verlof na de geboorte van onze tweede zoon, dus ik kon rustig aankijken hoe het zich zou ontwikkelen. Tegen mijn verwachting in werd de hoofdpijn erger en erger en besloot mijn huisarts stappen te gaan ondernemen. Ik bleek whiplashletsel te hebben. Er volgden 5 moeizame jaren met bezoeken aan de neuroloog, de fysiotherapeut, de manueel therapeut en andere specialismen, maar geen van allen kregen me pijnvrij. Ik lag soms dagen lang met pijn op bed en mocht me gelukkig prijzen met de niet aflatende goede zorgen van mijn ouders. Waar ik mijn gezondheid eigenlijk altijd als vanzelfsprekend had beschouwd, was ik opeens beperkt geworden.

Gevolgen

Wandelen, fietsen, autorijden, alles waar schokken aan te pas kwamen was teveel of kon teveel zijn. Op vakantie een strandrit maken met een jeep, uit voorzorg met pijnstillers, bleek een heel slecht idee. Mijn partner moest me letterlijk naar de accommodatie dragen. Naast de bezoeken aan specialisten mocht ik ook verschillende testen ondergaan om te bepalen in hoeverre mijn korte termijn geheugen een tik gekregen had en om vast te stellen hoe ernstig het letsel was. Ik had geluk, er was op de foto’s een aantoonbare schade tussen mijn nekwervels te zien, waardoor ik me niet meer hoefde te verdedigen tegen het ongeloof van veel mensen om me heen.

Ik had immers iets dat wel degelijk bewezen was !  Maar bewezen of niet, de verzekeringsmaatschappij vond dat niet voldoende aannemelijk gemaakt werd dat het letsel gevolg was van de aanrijding. Het letsel was volgens hun veroorzaakt door labiliteit, door een eerder ongeluk of zelfs door het geven van borstvoeding. Alles werd aangegrepen om maar niet tot uitbetaling van geleden schade en inkomstenderving over te gaan. Ik was immers kostwinner en was mijn baan, na twee jaar ziektewet, kwijt geraakt, dus ik was geen goedkope ‘klant’.

Wat was ik blij met mijn letselschadeadvocaat, die me adviseerde om alle rompslomp aan hem te laten en me zelf te concentreren op herstel. Begin 2002 werd een schadeloosstelling vastgesteld. Niet veel later kwam ik, na van alles geprobeerd te hebben in zowel de reguliere als alternatieve geneeswijze, terecht op de pijnpoli in een ziekenhuis in Brabant. Een vriendelijke arts legde de (on)mogelijkheden uit van de voorgestelde behandeling.

Met zenuwbaan injecties die gezet zouden worden aan beide zijden van mijn nek zou de zenuw die knel zat ‘verdoofd’ kunnen worden en was de kans groot dat de pijn gereduceerd zou worden of zelfs zou verdwijnen. Er was geen garantie, de pijn kon een paar weken, een paar maanden of zelfs een paar jaar verminderen of weg blijven, dat moesten we afwachten. Wonderen bestaan, in mijn geval in de vorm van een geweldig team op de pijnpoli.

Tot de dag van vandaag ben ik zo goed als pijnvrij en heb ik alleen wat restverschijnselen. Ik kan niet tegen veel rumoer en drukte om me heen, harde geluiden trek ik niet en full-time werken wordt het ook niet meer. Maar wat heb ik, in tegenstelling tot veel anderen, ontzettend geluk gehad … !

Petra den Hollander

Vind je deze post interessant? Vergeet dit bericht niet te liken of te pinnen op Pinterest! Of op facebook en twitter te delen

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *