Een onderzoek naar wat het betekent om spiritueel, maar niet religieus te zijn

Even voor de duidelijkheid, om geen onnodige discussie op gang te brengen duik ik niet te diep in de semantiek van “spiritualiteit” en “religie”, omdat beide woorden een diepe, complexe geschiedenis hebben. Waarvan de exacte definities vaak ter discussie staan. Ik beschrijf “spiritualiteit” vanuit een breder perspectief, omdat het zo subjectief is. In de meeste gevallen van het woord “religie” verwijs ik naar de meer rigide, dogmatische vormen van religie, die ik probeer te verduidelijken met de woorden “georganiseerd” of “geïnstitutionaliseerd”.

Ik ben religieus opgevoed . Ik was al jong al bezig met diepzinnige vragen over het leven, door deze gedachtes voelde ik mij vaak verloren, angstig en verward. Ik dacht na over fundamentele vragen zoals, waarom zijn we hier en waarom gaan wij dood? Wat is de zin van het leven?

Ik was wanhopig op zoek naar antwoorden en waarom ik deze gevoelens en gedachten had. Ik had geen echt geloof in een God of iets, in de kerk vond ik niet het gevoel, al ging ik wel altijd mee zoals men van mij verwachtte.

Ik had niemand om hierover te praten en was opzoek naar mijn basis. Mijn eigenwaarde en zelfvertrouwen raakten op een dieptepunt, mijn woede en angst werd alleen maar groter.

Mijn opvoeders hadden hun eigen ideeën en snapte niet dat ik niet gewoon naar hun luisterde zoals veel kinderen. Rond mijn 25ste, kwam ik het boek van Eckhart Tolle’s± A New Earth’s A New Earth- Een nieuwe aarde tegen. Ik was begin 20 toen ik op onderzoek ging.

Het boek was ingewikkeld, maar na paar keren lezen begon het mij te dagen, samen met het boek The Power of Now- de kracht van het nu, uiteindelijk gaf het mij wel de antwoorden waar ik naar opzoek was. Het klonk heel aannemelijk.

Deze boeken hebben mijn kennis op het gebied van zelfontplooiing, spiritualiteit, mindfulness en ´verlichting´ vergroot. Tuurlijk, ik had deze onderwerpen wel eens bij andere mensen horen vallen, maar ze hadden nog niet de impact totdat ik in een diepe, donkere gat belandde – en totdat ik klaar was om de juiste informatie te mogen ontvangen.

Het kostte mij veel energie, nederigheid en overgave om ontvankelijk te raken over het idee dat er een hogere universele Waarheid zou kunnen bestaan.
In al die jaren was ik zoekende tussen de wereld van het spirituele en wetenschappelijke feiten

Spirituele mensen waren soms te emotioneel en zweverig voor mij en de wetenschappelijke mensen waren te rationeel. Maar als iemand me vroeg of ik boeddhist of religieus was, antwoordde ik: “Nee, maar ik veronderstel dat ik spiritueel ben”.

Ik was stomverbaasd dat de eerste keer dat ik iemand anders hoorde beweren dat ze spiritueel maar niet religieus waren. Ze waren zo nuchter en zelfverzekerd. Was “spiritueel maar niet religieus” een unieke eigenschap geworden?

Of een nieuwe community kerkgenootschap onder “Religieuze Verbondenheid” op een of andere wijze.

In de afgelopen jaren heeft de “spirituele maar niet religieuze” groep haar weg gevonden richting het bewustzijn. In veel steden of dorpen zijn edelstenen, tarotkaarten, gedroogde salie, etherische oliën en wierook een hype worden in veel winkels tegen een hoge prijs te koop.

Ayahuasca-ceremonies zijn een genormaliseerde behandelingen geworden, waar veel zeggen dat je dit eens in je leven gedaan moet hebben. Een kennis had erover: “Het kostte haar twee ayahuasca-ceremonies om over haar problemen heen te komen.”

Maar wat betekent het precies om “spiritueel maar niet religieus” te zijn? Als je honderd mensen zou vragen wat spiritualiteit voor hen betekent, zou je honderd verschillende antwoorden krijgen.

Het is gemakkelijker om het eens te worden over het “….maar niet religieus” deel, wat betekent dat het niet geassocieerd wordt met geïnstitutionaliseerde religie en/of haar gewoonten.

Volgens Wikipedia kan het moderne gebruik van het woord “spiritueel” een breed scala aan esoterische ervaringen omvatten, waaronder, maar niet beperkt tot een groot aantal esoterische ervaringen:

“een subjectieve ervaring van een heilige universum en de ‘diepste waarden en betekenis waarin mensen leven’, vaak in een context die los staat van georganiseerde religieuze instellingen, zoals een geloof in het bovennatuurlijke (bovennatuurlijke (buiten het gekende en waarneembare) wereldje, persoonlijke groei, het zoeken naar een ultieme of oprechte zingeving, een religieuze beleving, een ontmoeting met de ‘innerlijke waarheid’ van mensen”.

Toen ik aan andere vertelde dat ik spiritueel was, wist ik niet echt wat ik bedoelde. Ik wilde geloven in een hogere orde of waarheid. Het idee dat ons universum en ons bestaan een reeks willekeurige, chaotische en betekenisloze gebeurtenissen is, klinkt te deprimerend.

Het was de spiritualiteit van de wijsheid en de vaagheid die me aantrok, evenals de beslotenheid van zo veel verschillende geloofssystemen en praktijken. Het lijkt op een all-you-can-eat buffet. Waar je precies kunt kiezen wat je wilt of negeren wat je niet wilt zien of geloven.

Atheïsme en het agnosticisme zijn te nietszeggend en te somber. En omdat ik me met geen enkele denkrichting identificeer, leek “spiritueel maar niet religieus” het op een na beste wat er is.

In het boeddhisme bestaat het idee dat er drie soorten wijsheden zijn. De eerste is geaccepteerd, gewone wijsheid, verkregen door het luisteren naar de woorden van anderen. De tweede is het intellectuele, reflectieve wijsheid, verkregen door redenering en analyse. En de derde is ervaringsgerichte, transcendentale wijsheid, verkregen door een verhoogd bewustzijn en ervaring.

Vanuit dit perspectief valt de georganiseerde religie, zoals we die door de geschiedenis heen hebben gezien, onder het eerste type van wijsheid.

Een paar generaties geleden dicteerden religie en onze voorouders de richting van ons leven en ons levensdoel. Als je in een boerenfamilie geboren zou worden, zou ook jij een boer worden.

Als je vader een schoenmaker was, dan zou je zijn vak voortzetten en schoenmaker worden. Er werd ons verteld met wie we moesten trouwen, religie vertelde ons wat we moesten geloven en leerde ons hoe we goede echtgenoten en burgers konden zijn.

De beroepen werden van generatie op generatie aan ons doorgegeven. We hadden vooraf gedefinieerde rollen in onze familie en gemeenschap. Dit alles gaf ons een gevoel van doelgerichtheid, eenheid en zinvol leven.

Nu zijn we gedesillusioneerd door religieuze instellingen en overspoeld door een overvloed aan wetenschappelijke ontdekkingen die weliswaar fascinerend zijn, maar buiten onszelf liggen – moeilijk te verbinden met en buiten ons begrip.

We leven in een tijdperk dat geoptimaliseerd is voor optionaliteit, waar oneindige carrièrekeuzes en mogelijke partners op ons wachten.

In het boek Why Buddhism is True, schrijft Robert Wright:

“Science, in its displacement of traditionally religious worldviews, is sometimes said to have brought on the disenchantment of the world, draining it of magic.”

De moderne wetenschap valt onder het tweede type van wijsheid – intellectuele, reflectieve wijsheid. De geleidelijke terugtrekking uit de richting van de wetenschap en de geleidelijke terugtrekking uit de religie heeft ertoe geleid dat velen zich gescheiden, geïsoleerd en doelloos voelen.

Dit heeft op zijn beurt het geestelijk vuur binnenin aangewakkerd naar een nieuwe zoektocht naar de betekenis van ons leven.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *