Depressieve jongeren

Depressieve jongeren

In het AMC heb je tegenwoordig een centrum speciaal voor depressieve jongeren. Depressie komt in deze tijd veel voor onder jongeren en jongvolwassenen. Je moet weten dat 1 op de 15 jongeren van de leeftijd van 18 tot 25 jaar hiermee kampt. Het AMC heeft het nieuwe Transitiecentrum Affectieve Stoornissen (TAS) opgericht wat zich richt op specifiek diagnostiek en behandeling bij depressie bij jongeren.

 

Wat men bedoeld onder de transitie als afkorting TAS, is de overgangsperiode tussen adolescentie en volwassenheid. In de zorg betekent dat 18 jaar de harde grens is tussen jeugdleeftijd en volwassen. Als je lijdt aan bijvoorbeeld een affectieve stoornis zoals depressie, dan wacht je dus een andere, volwassen benadering. De afdeling Psychiatrie van het AMC ondervindt dat die harde scheidingslijn niet goed werkt. De hersenen van een 18 jarige is in die periode namelijk nog niet ‘af’, en nog steeds in ontwikkeling. Het gevolg hiervan is dat de reguliere psychiatrische aanpak niet de beste is voor deze groep.

Daarom wil het AMC goed onderzoek doen naar de specifieke problemen waar 18- tot 25-jarigen tegenaan lopen bij depressie.  Ze willen aantal dingen in beeld hebben zoals, Hoe zien die problemen bij deze 18 jarige eruit  en hoe ontstaan ze? Er moet inzicht komen in hoeverre psychisch, welke sociale en lichamelijke klachten spelen hierin een rol? De uitdaging is om depressie in deze levensfase te herkennen en gericht een behandeling tegenover te zetten.

Depressie onder jongeren vaak niet herkend

Jongeren die hulp zoeken melden zich vaak met andere klachten dan volwassenen. Je kan denken aan onbegrepen lichamelijke klachten zoals prikkelbaarheid, eetproblemen, angstklachten, gedragsproblemen, slechtere schoolprestaties en alcohol- of drugsmisbruik. Hierdoor worden depressies vaak niet herkend door ouder, school en zorgverleners.

Vanwege de uiteenlopende klachten en de grote verschillen tussen individuele jongeren, leent juist deze leeftijdsgroep zich bij uitstek voor een benadering-op-maat, gericht op het voorkómen en behandelen van depressieve klachten. Deze aanpak wordt verder ondersteund door de bevinding dat zowel algemene psychotherapeutische interventies als het voorschrijven van breed ingezette geneesmiddelen vaak niet het beoogde effect hebben.

Omgeving

Kinderen waar ouders een depressie hebben, 1 twee tot 5 keer de kans om psychische klachten te krijgen als kinderen van ouders zonder psychiatrische problemen. Hierbij spelen genetische factoren ook een rol en kan stress, veroorzaakt door een psychiatrische stoornis van een gezinslid, leiden tot psychiatrische klachten bij gezinsleden die daarvoor gevoelig zijn.

Niettemin is de omgeving doorslaggevend voor de vraag of een jongere daadwerkelijk een depressie ontwikkelt. Er spelen heleboel factoren waarbij je moet denken aan verschillende omgevingsfactoren zoals scheiding van ouders, sociale interacties, financiële problemen. Jongeren groeien op in een complexe maatschappij en die steeds hogere eisen aan de jongeren stelt. Dan is de uitdaging voor de hersenen die nog steeds in ontwikkeling zijn, dat deze flexibel is en zich kunnen aanpassen aan een steeds veranderende omgeving. Men heeft onderzocht dat 70 procent van depressies bij volwassenen, hebben hun oorsprong tijdens de adolescentie.  Juist in deze groep is er vaker sprake van terugkerende en chronische depressies met meer gelijktijdig voorkomende ziektes en meer suïcide. Depressie in de adolescentie gaat namelijk gepaard met een verhoogd risico op suïcide.

Dit is doodsoorzaak nummer 2 bij jongeren, en meer dan de helft van de slachtoffers lijdt aan een depressie ten tijde van de zelfmoord. Bovendien reageren adolescenten vaak minder goed op psychologische behandelingen en geneesmiddelen dan volwassenen.

Behandelingen

De afdeling Psychiatrie in het AMC ‘meet’ de toestand van de jongvolwassen patiënt, ze kijken naar de leefstijl, stemming en activiteiten. Maar ook de lichamelijke gesteldheid zoals hartslag, huidweerstand, darmflora en ontstekingswaarden worden hierin meegenomen. Door dit alles in beeld te krijgen, kan je het klachtenpatroon beter in kaart brengen wat er speelt in deze groep. Er wordt onderzoek naar nieuwe soorten behandelingen gedaan. Dan moet je denken aan bijvoorbeeld naar ingrepen met behulp van probiotica, en analyseren wat verandering van leefstijl voor effect kan hebben. We zoeken naar nieuwe geneesmiddelen.

Wanneer de jongvolwassenen weer de stap naar herstel hebben gezet, krijgen ze een zogeheten terugvalpreventie-programma. In samenwerking met het TAS heeft ZonMw (organisatie voor gezondheidsonderzoek en zorginnovatie) een scala aan apps ontwikkeld. Daarmee worden de jongeren gedurende zeven jaar onderzocht. Zo worden ze geholpen om de angsten en depressies die ze te boven zijn gekomen ook echt de baas te blijven.

bron: AMC

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *