De Leer Van Boeddha Over Zelfloosheid Of Ware Zelf,zensitivity.nl,zensitivity.business.site,boeddha,spiritualiteit

Bestaat de eeuwige ziel, leer van boeddha over zelfloosheid of ware zelf

Als je aan de meeste boeddhisten vraagt of er een doctrine van een ziel of het eeuwig Zelf binnen de leer van de Boeddha bestaat, reageren ze met een zeer duidelijk “nee”!

En toch blijkt uit een onderzoek van het Mahayana boeddhisme (een van de twee belangrijkste onderdelen van het Boeddhisme) dat dit simpelweg onnauwkeurig is. De Boeddha onderwijst zowel het niet-zelf(zelfloos) als het zelf. Laten we deze twee aspecten van zijn “Dharma” (Waarheid) bestuderen.

De misvatting bij de meeste boeddhisten komt voort uit het feit alleen al dat Boeddha de grootste nadruk legt op wat NIET de Ziel of het Zelf is. Zo worden het fysieke lichaam, gevoelens, gedachten, impulsen en het gewone bewustzijn bestempeld als “niet-zelf” of “niet-ziel” (anatman-zelfloos). Deze aspecten van ons aardse wezen zijn vergankelijk en onderhevig aan verandering en ontbinding, en kunnen dus niet als onze Ziel worden beschouwd. Zij vormen ons “mondaine zelf”, en dat mondaine zelf wordt door de Boeddha afgedaan als “een leugen”. Dit fictieve aardse zelf of ego heeft geen blijvende realiteit – het is een voortdurend muterende stroom van reïncarnerende verlangens welke nooit een duurzame bevrediging vindt. Ons aardse zelf is één grote en pijnlijke illusie.

De meeste boeddhisten stoppen hier en beweren dat dit de hoogste waarheid is over zelfkennis. Dit is echter slechts de helft van het verhaal. In de laatste fase van zijn lessen heeft Boeddha onthuld dat er in elk gevoel een innerlijke essentie bestaat, die geen verandering en geen dood kent. Hij noemde dit “het ware zelf” of “ware ziel” (satya-atman). Hij noemde het ook de Boeddha-Dhatu – het “Boeddha-principe” – of de tathagata-garbha, de “embryonale Boeddha” die latent in ons aanwezig is.

In zijn laatste sutra (de Schrift), de Mahayana Mahaparinirvana Soetra, en in andere sutra’s van een vergelijkbare aard, vertelt hij over de manier waarop dit Zelf in alle wezens aanwezig is, maar onbekend voor hen, als een opslagplaats van verborgen schatten. Hij zegt over dit Zelf:

Het is niet waar om te zeggen dat alle krachten verstoken zijn van een Zelf. Het Zelf is Realiteit (tattva), het Zelf is eeuwig (nitya), het Zelf is deugd (guna), het Zelf is eeuwig (sasvata), het Zelf is stabiel (dhruva), het Zelf is vrede (Tibetaanse versie van de Mahaparinirvana Sutra).

Deze eigenschappen van ons Ware Zelf staan haaks op wat we normaal gesproken als “onszelf” beschouwen. Ons aardse zelf is niet echt, zoals echt echt is, omdat het altijd verandert in iets anders – het kan nooit zomaar “zijn”; het Ware Zelf is daarentegen de ultieme, onveranderlijke Werkelijkheid. Het is onveranderlijk, ongrijpbaar (dhruva) en vol vrede. Bovendien is het eeuwig houdbaar. Geen enkele dood kan het aanraken, geen enkel kwaad kan het overkomen, geen enkel ongeluk kan het verpesten. Het is zo onverwoestbaar en stralend als een diamant. Het is wat Boeddha omschrijft als het rijk van het Nirvana – het hoogste en eeuwige geluk.

Het is echter noodzakelijk dat we ons aardse zelf, ons ego, niet verwarren met dit Ware Zelf, dat begraven ligt onder al onze emotionele en mentale “laster” (zoals verlangen, haat en spirituele waanideeën). Op geen enkele manier mogen we denken dat we onze Ziel kunnen begrijpen door alleen maar na te denken en te redeneren. Het is in feite “ondenkbaar” (acintya). Het kan alleen worden benaderd en “gezien” wanneer we alle donkere gedachten en emoties die het van ons afschermen, hebben opgeruimd. Alleen door het ontwikkelen van een morele levenswijze (bijvoorbeeld door het vermijden van doden, liegen, stelen en vlees eten) en door te mediteren kunnen we de vervelende vertroebeling van onze geest opruimen en het Zelf zien dat, zoals Boeddha zegt, “stralend schijnt”. Onze taak is dan om alle andere wezens naar dit innerlijke rijk van het Nirvana te leiden, dat verankerd is in de Ziel van elk wezen.

Als je een van de Mahayana boeddhist bent die niet op deze manier is opgeleid, dan zou je je wel eens behoorlijk gechoqueerd kunnen voelen. Je zou zelfs deze doctrines kunnen verwerpen als niet-boeddhistisch. En toch zou het een vergissing zijn om dit te doen. Boeddha, in sommige van zijn diepste sutra’s – zoals de Tathagata-garbha Sutra, de Srimaladevi Sutra, de Surangama Sutra en de Mahaparinirvana Sutra (onder andere) – staat erop dat deze leer van het “Boeddha-Principe” in alle wezens de ultieme Waarheid is en niet moet worden afgewezen. Alleen in zijn gedachten en meditatie stilstaan bij wat NIET de Ziel is. En anderen alleen dat leren en er niet voor zorgen dat de realiteit van de Ware Ziel wordt aangehangen. Dat is de boeddhistische doctrine uit balans brengen en de mensen in een verkeerd daglicht stellen. Boeddha zegt in duidelijke bewoordingen in zijn laatste sutra, de Mahayana Mahaparinirvana Sutra:

"Those who abandon the teaching given in this sutra concerning the tathagata-garbha [i.e. the Buddha-Essence in beings or True Self] are just like cattle. For example, just as people who intend to commit suicide will cause themselves extreme misery, similarly you should know that those ungrateful people who reject the tathagata-garbha and teach non-Self cause themselves extreme misery."

Het respecteren en volgen van de laatste lessen van Boeddha over het Ware Zelf is dus uiterst belangrijk. Het zou een onverstandige Mahayana boeddhist zijn die deze doctrines van de hand zou wijzen of zou proberen deze doctrines te minimaliseren als ” bedwongen boeddhisme” voor diegenen met een minder sterk spiritueel karakter! De leer van het eeuwige Boeddhische Principe in onszelf, dat, wanneer het eenmaal is waargenomen, ons transformeert in een Boeddha. Dit wordt door Boeddha verklaard als het “absolutely final culmination” van zijn Doctrine.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *